Neushoornkever

Naam: Neushoornkever
Lengte: Ongeveer 4 cm
Voedsel:  Als volwassen dier, niets
Leefomgeving:  Onder andere in Europa
Taxonomische indeling:
  • Rijk: Dieren (Animalia)
  • Stam: Geleedpotigen (Arthropoda)
  • Klasse: Insecten (Insecta)
  • Orde: Kevers (Coleoptera)
  • Familie: Bladsprietkevers (Scarabaeidae)
  • Geslacht: Neushoornkever (Oryctes)

Neushoornkever

De neushoornkever (Oryctes nasicornis) vormt behoort tot een opvallende familie in de insecten klasse. Er zijn 18 verschillende ondersoorten bekend met allemaal een eigen leefomgeving. Zodra ze eenmaal volwassen zijn leven ze nog slechts enkele weken. Neushoornkevers zijn misschien wel de sterkste dieren ter wereld, zoals de Herculeskever ze kunnen tot zo’n 850 keer het eigen gewicht optillen.

Kenmerken

De neushoornkever dankt de naam aan de kenmerkende hoorns op de kop. Deze hoorns groeien alleen bij mannetjes, vrouwtjes hebben soms een klein hoorntje maar zeker niet allemaal. Één hoorn groeit op de kop, de andere bestaat groeit aan / op het kopschild.

Het lichaam van de neushoornkevers bestaat uit drie delen:

  • Kop, de kop is klein en voorzien een een kopschild, een verharde plaat om de kop te beschermen. Bij mannetje is dit schild goed ontwikkeld en groot en de reden achter de naam neushoornkever. De kop is donkerder dan de rest van het lichaam en is meestal zwart, daardoor vallen de twee ogen niet of nauwelijks op. De ogen bevinden zich aan beide zijden van de kop. Neushoornkevers hebben antennes, deze bevinden zich direct onder de ogen. Ook de kenmerkende hoorn groeit op de kop. De hoorn vinden we overigens alleen bij mannetjes, vrouwtjes hebben soms een klein hoorntje maar zeker niet allemaal. De hoorn wordt gebruikt om tijdens de zoektocht naar een partner, concurrenten om te duwen en niet om zichzelf te verdedigen.
  • Borststuk, Het borststuk wordt ook wel thorax genoemd en draagt zowel de vleugels als de poten. Het borststuk wordt beschermd door verharde platen, een goede verdediging. Tussen de kop en het borststuk vinden we het halsschild. Bij de vrouwtjes is dit schild vrij kort en afgeplat. De mannetjes hebben een indrukwekkend halsschild. Het schild begint breed, plat en omhoog gekromde randen. Het schild eindigt aan de voorzijde in drie verharde verdikkingen of uitsteeksels. Ook midden op het kopschild groeit een groot uitsteeksel, het tweede deel van de hoorn. Ze hebben twee paar vleugels, maar vliegen alleen met het achterste paar. Het voorste paar vleugels beschermen de achterste vleugels en zijn een stuk harder en sterker dan de achtervleugels.
  • Achterlijf, in het achterlijf bevinden zich de belangrijke organen.

Ze kunnen zo’n 4 centimeter lang worden. Ze kunnen wel vliegen, maar het zijn niet echt helden in de lucht en botsen regelmatig tegen voorwerpen.

Leefomgeving

Neushoornkevers zijn verspreid over Europa, zelfs in het koude Scandinavië komen ze voor, West-Azië en Noord-Afrika.

Eetgewoonte

Zodra de neushoornkever volwassen is, eten ze eigenlijk niets meer. Ze likken wel eens wat boomsap of sap van rottend fruit op, maar daar blijft het bij. Alle energie en tijd wordt gestoken in de zoektocht naar een partner. Gelukkig hebben de larven van de neushoornkevers de eetgewoonte weten aan te passen. Ze leven nu voornamelijk van plantaardige afvalhopen. Vooral door de broeierige omgeving wordt de ontwikkeling van de larven verhoogd.

Voortplanting

Als de paringstijd is aangebroken gaan de mannetjes op pad om een vrouwtje te zoeken. De paringstijd is kort en loopt van juni tot augustus. Tijdens deze periode is er veel concurrentie voor de mannetjes. De hoorn komt goed van pas om als eerste bij het vrouwtje te komen. Het mannetje probeert de tegenstander op de rug te gooien, het duurt even voordat een neushoornkever op staat. Na de paring legt het vrouwtje haar kleine eitjes. De eitjes zijn wit gekleurd en worden door het vrouwtje altijd zo dicht mogelijk in de buurt van rottend plantaardig materiaal. Zodra ze de larvenfase hebben bereikt zijn ze nog steeds wit van kleur. Aan beide kanten is een stigma, of ademhalingsopening, zichtbaar. De omgeving is belangrijk voor de larve om te ontwikkelen. Hoe idealer de temperatuur en hoe meer voedsel de omgeving bied, hoe sneller de ontwikkeling van larve naar volwassen kever. De larvenfase kan jaren in beslag nemen. Nadat de larve volledig is ontwikkeld, dan vind de verpopping plaats. De larve bouwt een eigen cocon door middel van uitwerpselen van de larve zelf. Zodra de cocon openscheurt komt er een volwassen neushoornkever tevoorschijn en leeft zo nog enkele weken.